Door Paul Soete en Manou Doutrepont.

Is het debat over de ancienniteitsbarema's in de fase van de ideologie getreden? Onder de titel "De afschaffing van anciënniteit zal oudere werkzoekenden niet helpen" schrijft Sacha Dierckx (Denktank Minerva) dat er geen evidence based materiaal te vinden is om anciënniteitsbarema's af te schaffen. Dat trekken wij in twijfel. Het lijkt, zo stelt hij, eerder een ideologische kwestie. Wij vinden dat hij daar zelf aan mee doet. 

1 Laten we beginnen met de vaststellingen waarover we het eens zijn met Sacha Dierckx : de barema’s zijn niet de enige reden van de loonspanning tussen jongere en oudere werknemers. Dat hebben we ook geduid elders op deze blog. En anciënniteit speelt vooral een rol bij bedienden en veel minder voor arbeiders. Voor de volledigheid zou je er ook kunnen aan toevoegen dat anciënniteit nog het meest speelt bij lager geschoolde ambtenaren.


2 Maar de auteur vertrekt van een aantal premisses die betwistbaar zijn en hem de ‘jump to conclusion’ toelaten door te stellen dat de afschaffing van de anciënniteitsverloning niets zal bijbrengen om 55 plussers aan het werk te houden. Zo de bewering dat er in de praktijk een plafond is voor verhogingen op basis van anciënniteit rond de leeftijd van 45 Jaar . Waarop dit is gebaseerd wordt niet geduid. Hij voegt er ook aan toe dat het systeem in ons land vergelijkbaar is met dat van andere landen. Vermoedelijk is die stelling afgeleid uit de studie van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid van 2014 uitgevoerd in opdracht van Monica De Coninck . Een overigens interessante studie die wel wat te laat kwam voor de vorige regering en vandaag wat van zijn actualiteitswaarde heeft verloren. Omdat sindsdien de gegevens inzake sectorbarema’s in beperkte mate en inzake tewerkstelling van ouderen in sterkere mate zijn geëvolueerd.

 

Helemaal niet in beeld is de recente studie van Xavier Baeten van de Vlerick school samen met HR dienstleverancier Hudson over het loongebouw van de toekomst . Uit die studie , die in maart 2018 werd voorgesteld ,onthouden we dat de loonprogressie bij bedienden niet stopt op 45 jarige leeftijd . En dat ons land inzake loonprogressie op basis van anciënniteit sterk verschilt van de buurlanden ( Frankrijk uitgezonderd) en van de Scandinaven. Ook  Andreas Tirez toonde al aan dat de loonspanning gebaseerd op leeftijd in België op één na de hoogste is in EU-landen. En Sacha Dierckx negeert de statistieken die een verband aantonen tussen leeftijd en de werkgelegenheidsgraad van werknemers tussen 55 en 65 jaar.  

 

3 Terug naar de recente Vlerick studie : de belangrijkste verdienste ervan was juist dat ze niet gebaseerd was op ideologische gronden, maar gedreven door bedrijven die weg wilden van te rigiede barema-systemen. En vooral samen wilden denken aan een nieuw en bruikbaar systeem van loonevolutie. Spijtig genoeg zoals we toen al opmerkten en aankondigden , wordt het debat toegespitst op wat men niet meer wil of absoluut niet wil veranderen, en is er geen enkele aanzet om in debat te gaan over de constructie van het toekomstig loongebouw.

 

4 Door een debat over een nieuw loongebouw te vermijden gaan kan de auteur ongebreideld ingaan op de ‘grotere uitdagingen’ en volop de ideologische kant op gaan : verloning baseren op competentie en productiviteit behandelt arbeid als koopwaar, het afschaffen van de collectieve anciênniteitsbarema’s kan leiden tot verkapte loonmatiging, werkgevers doen aan leeftijdsdiscriminatie tov ouderen, er moet gezorgd worden voor werkbaar werk voor ouderen, en tot slot moet het onderwijs verder worden gedemocratiseerd... .   .  

5 Toegegeven met het zomerse arbeidsdeal had de regering ook een zuivere ideologische voorzet gegeven over de loonvorming van de toekomst. Door te stellen dat in de toekomst de lonen zouden moeten gekoppeld worden aan competentie en productiviteit . Niet meer aan leeftijd en ervaring. Wetende dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan. En dat niets concreets in deze legislatuur nog haalbaar is . En zonder de minste aanduiding trouwens van een mogelijke concrete invulling. Of is het thema vlug nog even op de agenda gezet, omdat vastgesteld werd dat er tijdens deze legislatuur , ondanks de regeringsverklaring , niets concreets was gebeurd.

La performance d'une entreprise repose à la fois sur des relations collectives constructives et sur une réelle attention portée aux salariés en tant que personnes
Accord national interprofessionnel du 19 juin 2013: vers une politique d'amélioration de la qualité de vie au travail et de l'égalité professionnelle.